Door: Yvonne Val
Niet iedereen begint met sporten om sneller, sterker of beter te worden. Soms wil je gewoon weer meedoen. Ik wilde eigenlijk maar één ding: een fitte oma zijn.
Dit is het verhaal van Yvonne. Over herstel, kleine stappen en hoe een simpele wens – een fitte oma zijn – onverwacht richting triathlon leidde.
Op 15 januari 2016 nam ik een besluit: ik wilde een fitte oma zijn. Precies vijf jaar na mijn laatste bestraling was ik nog steeds kankervrij en officieel genezen verklaard. Maar met 115 kilo op de weegschaal was ik allesbehalve gezond.
Ondertussen was ik oma geworden. Mijn kleinkinderen woonden toen nog in Amerika en ik zag hen maar een paar keer per jaar. Tijdens die bezoeken liep ik te puffen en te hijgen. Te vaak moest ik zeggen: “Sorry lieverd, dat kan oma niet.” Daar was ik helemaal klaar mee. Er was veel geïnvesteerd om mij in leven te houden — nu wilde ik er ook écht iets van maken. Voor mezelf, maar vooral voor mijn kleinkinderen.
De eerste stap
Die dag in 2016 had ik een intake bij een sportschool. Mijn doel was helder: een fitte oma zijn. “Zullen we drie keer per week sporten?” stelde de instructeur voor. Nee. We begonnen met één keer per week, maximaal een uur. Ik had al te vaak ervaren dat ik de lat te hoog legde en het daardoor niet volhield. Dit keer moest het anders.
Het bleek een kleinschalige sportschool te zijn, met persoonlijke aandacht. Elke keer als ik binnenkwam, hoorde ik: “Hé Yvonne, leuk dat je er weer bent!” Dat maakte voor mij het verschil. Langzaam groeide mijn enthousiasme. Eén keer per week werden er twee. Ik ging ook bewuster eten en hield in een app bij wat ik at. Mijn conditie verbeterde zichtbaar en de kilo’s begonnen langzaam te verdwijnen.
Een eerste sportief doel
Mijn eerste sportieve doel kwam van mijn dochter. Na mijn eerste chemokuur in 2010 was zij naar Amerika geëmigreerd. Daar deed ze vrijwilligerswerk voor een borstkankerstichting, die een fietstocht van 60 kilometer organiseerde in Las Vegas. De opbrengst was bedoeld voor mensen met kanker die in de hospitality werkten.
Om me voor te bereiden begon ik met fietsen. Als generale repetitie reed ik de Dam tot Dam FietsClassic van 60 kilometer. Dat deed ik op een comfortabele sportfiets waarop ik rechtop zat. Voor Las Vegas wilde ik precies zo’n fiets hebben. Hoezo controlfreak?
In Amerika kocht mijn dochter een nieuwe fiets voor me: een mintgroene Liv Flourish, een verjaardagscadeau van mijn man.
“Met deze fiets kun je niet door Red Rock fietsen,” zei de verkoper. “Dan kent u mijn moeder nog niet,” antwoordde mijn dochter.
Op 31 oktober 2016, één dag na mijn 61e verjaardag, stond ik aan de start. Het was Halloween en ik droeg een grote spin op mijn helm. De tocht was pittig, maar het lukte. Ook door Red Rock. Toen de finish in zicht kwam, werd ik overmand door emotie. Voor het eerst in jaren voelde ik het weer: ik was de baas over mijn eigen lichaam. Huilend kwam ik over de streep.
En toen: triathlon
En toen kwam de volgende vraag: wat nu? Mijn dochter hoefde er niet over na te denken. “Nu ga je een sprinttriatlon doen, mam.”
Zonder dat ik het toen volledig besefte, was dat het begin van mijn leven in de triathlonsport.