Triathlon anno 2025: sneller, wetenschappelijker… maar ook leuker?

Bert Flier schrijft voor Trikipedia over drie thema’s: Met het mes tussen de tanden | Tussen de oren | Nerd talk

Triathlon wordt steeds meer Formule 1

Loop maar door het parc fermé en je ziet wat ik bedoel. Vroegâh was je al een hele vent als je met een dicht wiel kwam aanzetten. Nu zijn bolides met 3-, 4- en 5-spaakswielen plus dicht achterwiel eerder regel dan uitzondering. Het toen revolutionaire tijdritstuur waar Greg LeMond zijn Tourwinst van 1989 aan te danken had, is inmiddels geëvolueerd tot cockpit-constructies die geheel op maat uit de 3D-printer rollen en de tijdrithelmen lijken rechtstreeks uit Star Wars afkomstig.

Ben je nog niet in de windtunnel geweest? Dan weet je zeker dat je kostbare watts laat liggen. Waarschijnlijk zoveel dat je er niet tegenaan kunt trainen.

Als een vuilniszak in de wind

Ter illustratie: in augustus deed ik triathlon Epe. Op een geleende Cadex – met alles erop en eraan. Dicht achterwiel, vierspaaks voorwiel. Maar wel met een standaard cockpit en zonder bikefit. Dat was een bewuste keuze. Deze fiets reed al zoveel sneller dan mijn eigen racefiets en voor twee triathlons per seizoen ga ik geen duizenden euro’s uitgeven.

Mijn 280 watt leverde een gemiddelde op van 38 km/u: 2u22. Bas van der Gaag, van mijn lengte en postuur, trapte óók 280 watt en reed 2u11. Dat was inclusief 4 minuten rommelen aan een afgelopen ketting, dus bij elkaar reed hij 15 minuten sneller. Het verschil? Aerodynamica. Bas vertelde dat hij de dag ervoor nog even een nieuwe bidonhouder had geprint. Voor nog een paar watt winst. Bas is trouwens ook degene die Menno Koolhaas recent van advies diende voor aero-voordeel.

Aero cockpit
Het tijdritmonster van Bas van der Gaag

Dan snap ik de frustratie van een jonge proftriatleet die – na een sub-8u op de Ironman – op LinkedIn schrijft dat hij blij is met zijn tijd. En tegelijkertijd niet blij is met zijn klassering. Want het speelveld is niet gelijk. Concurrenten deden de week ervoor nog aero-testen die hen weer een paar minuten sneller maakten.

Niet alleen aero-gains: ook de motor is beter geworden

Ik duik expres niet in de rabbit hole van aerodynamica. Om de vergelijking met de Formule 1 door te trekken: ook op het gebied van de motor kunnen we steeds meer pk’s, ehm, watts, uit het menselijk lichaam halen. Mede doordat we steeds meer kunnen meten.

Wattagemeters waren rond 2000 een zeldzaamheid. Nu zijn ze standaard. De kennis over training is enorm toegenomen, waardoor we met meer een grotere motor aan de start staan. En dankzij door AI gevoede apps weten we ook nog eens hoe we die wattages zo efficiënt mogelijk kunnen gebruiken op de verschillende secties van het parcours.

Ook materiaal en voeding zijn compleet veranderd

In 2001 liep ik in Almere 2u55 op minimalistische schoenen. Flinterdun waren de zolen. Ik moet er niet aan denken ooit nog een marathon op zulk barbaars schoeisel te moeten lopen. De spierschade was zo groot dat ik na de finish per rolstoel werd afgevoerd. De nieuwe valsspeelschoenen zijn én sneller én leveren minder spierschade op, waardoor je met frissere benen de moeilijke laatste 10 kilometer kan lopen.

Ook in de voeding heeft er een revolutie plaatsgevonden. De 80 gram koolhydraten per uur uit de jaren negentig is nu opgerekt tot meer dan het dubbele. Tel uit je winst. Helemaal in de tweede helft van de marathon, waar vroeger bijna iedereen instortte.

Wat doet dat met de sport?

Triathlon was en is een sport waarin wordt gepionierd, getest, geëxperimenteerd. Dat vind ik inspirerend. De snelheid van de ontwikkelingen neemt alleen maar toe. En daar profiteren niet alleen profs van, maar ook age groupers.

Aan de andere kant: triathlon wordt steeds meer wetenschap. Steeds meer Formule 1. De romantiek uit de tijd van de pioniers – die als een soort van duursport-Columbussen zich in het ongewisse stortten – is verdwenen. En dat vind ik oprecht jammer.

Aero triathlon
Trying to be aero in Almere 2006

Tot waar ga jij?

Die ontwikkelingen vragen om keuzes.
Tot hoever ga jij in het professionaliseren van je materiaal?
Van je trainingen?
En wat betekent dat voor het plezier dat je beleeft aan de sport?

Mijn antwoord

Terug naar mijn race in Epe. Ik beleefde een topdag. Niet omdat ik met een CdA van 0,189 op de fiets zat perfect was of een sokloze superschoen had klaarstaan in T2. Maar omdat ik simpelweg genoot van het spelletje spelen dat triathlon heet.

Wil jij ook je grenzen verleggen, tegelijkertijd plezier beleven en weloverwogen keuzes maken die je sneller naar de finish brengen? Stuur me gerust een mail via [email protected] of kom langs in mijn coachingsruimte in Utrecht.
De koffie – en meetapparatuur – staan klaar. 😄