Door: Michelle Tramper
Op 28 februari trapte ik mijn seizoen af bij de zwemloop in Vlissingen. Voor mij zijn dit soort wedstrijden altijd mooie meetmomenten richting het triathlonseizoen. Juist omdat mijn sterkste onderdeel – het fietsen – ontbreekt, word ik gedwongen om eerlijk naar mijn zwem- en loopvorm te kijken.

De keuze voor deze zwemloop was dan ook bewust. In deze fase van het seizoen draait het voor mij niet per se om winnen, maar om inzicht krijgen: waar sta ik nu, wat gaat goed en waar valt nog winst te behalen? Een zwemloop is daarin ideaal: kort en intens, eigenlijk een soort tempotraining.
De omstandigheden maakten het dit keer extra interessant: het was koud en er stond een harde wind. Gelukkig zwommen we de 500 meter binnen in het zwembad. Uiteindelijk zwom ik langzamer dan beoogd (8 minuten en 30 seconden), maar dat was een bewuste keuze. Ik bleef achter een andere zwemster en door te draften kon ik energie besparen zonder veel snelheid te verliezen. In een korte wedstrijd als deze kan dat net het verschil maken in het lopen.
Achteraf gezien was efficiënt zwemmen een slimme keuze. Mijn zwemtijd was misschien iets minder snel dan gehoopt, maar ik kwam wel fris en gecontroleerd uit het water.
Na een strakke wissel begon het lopen. De eerste meters waren, zoals zo vaak bij een multisportevent, zwaar. Mijn benen moesten duidelijk wennen aan de omschakeling van water naar land. Na een paar honderd meter vond ik mijn ritme en vanaf dat moment kon ik mijn tempo opbouwen. De wind maakte het pittig, vooral op de open stukken, maar de 5 kilometer voelde uiteindelijk sterk en gecontroleerd.
Ik finishte uiteindelijk als tweede, in een totale tijd van 30:48, op slechts zes seconden van de nummer één. Dit soort kleine verschillen laten zien dat het niveau dicht bij elkaar ligt en dat details het verschil maken.

Deze wedstrijd heeft me bevestigd dat mijn basis goed is. Tegelijkertijd werd duidelijk dat ik nog meer scherpte in het zwemmen kan opzoeken – iets waar ik de komende tijd gericht aan ga werken.
Voor andere triatleten is een zwemloop wat mij betreft een perfecte test. Het dwingt je om na te denken over pacing en tactiek – zoals draften in het zwemmen – en laat direct zien hoe goed je de overgang naar het lopen beheerst. Juist omdat het zo kort en intens is, haal je veel waardevolle inzichten uit een wedstrijd waarvan je relatief snel herstelt. Daardoor kun je je training de week erna weer snel oppakken.
Ik kijk dan ook met een goed gevoel terug op mijn seizoensstart in Vlissingen. Het was precies wat ik nodig had: een eerlijke meting, waardevolle lessen en vooral veel motivatie voor de rest van het seizoen.
