
Bert Flier schrijft voor Trikipedia over drie thema’s: Met het mes tussen de tanden | Nerd Talk | Tussen de oren |

Misselijk van de zenuwen was ik.
Onderweg naar een winderige editie van Almere. Het precieze jaartal is door de tijd uitgewist – ergens midden jaren negentig moet het zijn geweest. Mijn vader, in die jaren mijn trouwe chauffeur, zag het aan me. Maar de spanning wegnemen kon hij niet.
Te groot had ik die wedstrijd gemaakt.
Actieve herinneringen aan hoe die race precies verliep heb ik niet meer. Hij viel in een periode waarin er telkens weer iets anders fout ging. Achteraf besef ik dat de druk die ik mezelf oplegde daar een grote rol in speelde.
Alles én niets
Misschien herken je dit. Misschien ook niet.
Ik heb van die periodes geleerd dat ik een wedstrijd niet te groot moet maken. En ook niet te klein. Want dat heb ik als logische tegenreactie ook weleens gedaan. Dan sta je zonder verwachtingen en zonder zenuwen aan de start. Ontspannen, zou je denken. Maar dat werkt dus ook niet.
Pas later in mijn carrière – als dertiger – heb ik onder de knie gekregen hoe ik een wedstrijd gezond benader. Met de juiste spanning.
Want een wedstrijd mag veel voor je betekenen. Het zou gek zijn als je een jaar lang een kwart tot een halve werkweek aan trainingsuren steekt in jouw doelwedstrijd en het je vervolgens niets zou doen.
Mensen die dat zeggen geloof ik niet.
Om het maximale uit jezelf te halen op D-Day moet het die dag eventjes alles voor je betekenen. Zodat je all-in kunt gaan en bereid bent diep te graven wanneer het zwaar wordt.

Vanwege mijn calvinistische wortels kon ik daar vroeger moeite mee hebben. Want er staat geschreven dat de oefening van het lichaam van weinig nut is. Dat las ik als jonge sporter bijna als een waarschuwing om vooral niet te veel waarde aan sport te hechten. En dat helpt niet om jezelf binnenstebuiten te keren. Daarvoor moet je geen enkele twijfel kennen of voorbehoud hebben.
Later ontdekte ik een andere tekst die me hielp om all-in te gaan. “Doe alles wat u zegt of doet in de naam van de Heer Jezus, terwijl u God, de Vader, dankt door Hem.”
Die woorden geven mij de aansporing om me volledig te geven in een wedstrijd. Niet per se om te winnen, maar om helemaal toegewijd te zijn aan het proces van het racen. Voor mij is sporten ook een manier om God te eren. Dat doe ik door naar eer en geweten te racen. Dat betekent dat ik op de dag van de race wil laten zien wat erin zit. Juist ook wanneer het niet gaat zoals je wilt. En eerlijk gezegd is dat in de meeste races zo.
Dan draait het uiteindelijk niet om winst of verlies, maar om hoe je omgaat met de omstandigheden die je krijgt.
It’s just a race
Als je een beetje talent en veel discipline hebt, dan kan het gebeuren dat je wedstrijden gaat winnen. Het is razend interessant om dat mee te maken. En te ervaren wat dat met je doet.
Want winnen, da’s toch fantastisch?
En zeker, dat kan het zijn.
Maar winnen kan ook sluipenderwijs zich in je identiteit gaan nestelen. En het beïnvloedt de manier waarop anderen naar je kijken.
In de voorbereiding op Ironman Brazilië 2002 maakte ik kennis met Ken Glah. Voor degenen die hem niet kennen: Ken Glah finishte tien keer in de top-10 van Kona, met als uitschieter een derde plaats in 1988.
Ik zat met hem aan het avondeten toen er een Amerikaanse triatleet langsliep die hem herkende.
“Are you Ken Glah?!”
Als een kleuter die Bassie en Adriaan in het echt tegenkomt, zo keek hij naar zijn idool.
“Yep, that’s me”, zei Ken.
Daarop gaf de bewonderaar een opsomming van Kens prestaties op Hawaii, met speciale aandacht voor zijn podiumplaats. Ik weet niet meer precies wat er allemaal gezegd werd. Wel hoe Ken reageerde.
Hij nam de complimenten vriendelijk in ontvangst en zei vervolgens:
“Hey dude, it’s just a race.”
Dat vond ik destijds een opmerkelijke uitspraak. En achteraf een wijze les.
Want als iemand het recht had om zijn prestaties belangrijk te maken, dan was hij het wel. Maar juist hij leek te begrijpen dat een race nooit groter mag worden dan hij is.
Misschien is dat namelijk de kunst van goed racen.
Dat een wedstrijd even alles voor je mag zijn. Dat je maandenlang traint met die ene dag in gedachten. Dat je gespannen bent, scherp bent en bereid bent diep te gaan als het pijn doet.
Maar tegelijk moet diezelfde wedstrijd ook niets voor je betekenen.
Want zodra je identiteit ervan afhangt, zodra winst of verlies iets zegt over jouw waarde als mens, wordt de druk te groot. Dan ga je niet beter presteren, maar juist slechter.
De beste wedstrijden uit mijn leven kwamen toen ik beide tegelijk wist vast te houden: alles en niets.
Alles, omdat ik volledig toegewijd was aan het proces en het resultaat.
Niets, omdat mijn waarde niet afhing van een uitslag. Omdat mijn familie en vrienden belangrijker waren dan het resultaat. Omdat ik weet dat mijn ouders en kinderen niet meer of minder van me gaan houden als ik win of verlies.
En omdat God de zon de volgende dag gewoon weer laat opkomen.
“It’s just a race.”
Het bericht Alles en niets verscheen eerst op TRIKIPEDIA.
