Nemen we onze sport soms iets te serieus?

Twee totaal verschillende gebeurtenissen tijdens hetzelfde triathlonweekend. De één speelde zich af langs het parcours, de ander op sociale media. Toch riepen ze bij ons dezelfde vraag op: worden we met z’n allen steeds minder tolerant? Of het nu gaat om niet-atleten richting evenementen en vrijwilligers, of om atleten richting de mensen die hun race mogelijk maken.


Een vrijwilliger die het moest ontgelden

Afgelopen weekend deed Robin van den Brink mee aan een kwarttriatlon. Niet zijn eigen wedstrijd bleef hem het meeste bij, maar een moment bij een splitsing op het fietsparcours.

“Ik wil even iets kwijt”, begint hij in een videobericht op Instagram.  “Ik was één na laatste zwemmer. Dat ging echt dramatisch, maar daar gaat het niet om. Op de fiets zat ik juist enorm te genieten. Ik was aan het lachen, zwaaide naar vrijwilligers en had er gewoon plezier in.”

Bij een splitsing ging het even mis. Vrijwilligers stuurden atleten naar links of naar rechts, afhankelijk van de ronde waarin ze zaten. Zat je in de eerste ronde? Dan moest je linksaf. Fietste je al je tweede rondje? Dan moest je naar rechts. Eén vrijwilligster maakte een menselijke fout.

“Er stond een vrouw en die dacht dat ik al aan mijn tweede ronde bezig was”, vervolgt Robin. “Dat was ik nog niet; ik zat nog in mijn eerste rondje. Dus zij stuurde mij naar rechts en ontdekte al snel dat ik in mijn eerste rondje zat en naar links moest. Geen probleem, er gaat iets van mijn tijd af. Zij doet gewoon haar best…”

Even later gebeurde hetzelfde bij een renner achter hem. “Ze dacht die zal dan ook nog wel in zijn eerste rondje zitten, maar hij zat wel in de tweede ronde. Dus ze stuurt hem naar links, mijn kant op. En wat er toen gebeurde sloeg nergens op. Ze realiseerde zich dat ze een fout maakte en zei meteen sorry. Het was een superlieve vrouw namelijk. Maar wat doet die atleet? Die wordt boos; begint te schelden.”

Het scheelt misschien één of twee minuten, hooguit. Dan ga je zo’n vrijwilliger, die daar haar best staat te doen, die vrijwillig jou de weg wijst – want anders weet je helemaal niet waar je heen moet, he mafklapper? – en dan ga je zo’n vrijwilliger ‘bashen’…”, spreekt Robin verwonderd.

“Ik zei: “Mevrouw, laat ze lekker lullen, hè, die wielrenners. U bent een toppertje” Die opmerking kwam echter ook bij de boze atleet aan. “Toen werd hij helemaal boos”, lacht Robin. “Chagrijnig gezicht… Zo’n gekke helm, weet je wel. Dat zegt al genoeg”, grapt hij.

“Wat ik wil zeggen: gaat er iets niet goed in je race? Triathlon, marathon, of wat dan ook… neem het niet zo serieus joh.”

Ook buiten het parcours lopen emoties op

Datzelfde weekend ontstond ook online discussie rondom Ironman 70.3 Westfriesland.

Onder ons bericht over de wedstrijd verscheen een uitgebreide reactie van een omwonende, die stelde namens een groeiende groep bewoners te spreken. In het bericht werd onder meer geschreven dat bewoners zich tijdens het evenement “gegijzeld voelen in hun eigen dorp” en dat de belangen van de lokale bevolking ondergeschikt zouden zijn aan het evenement. Er werd kritiek geuit op de communicatie, de bereikbaarheid en de verkeersafwikkeling.

Die zorgen zijn niet per definitie onterecht. Grote evenementen zorgen nu eenmaal voor overlast. Wegen gaan dicht, mensen moeten omrijden en niet iedereen zal daar blij mee zijn. Dat gesprek mag gevoerd worden.

Maar ook hier valt de toon op.

Zonder vrijwilligers geen triathlon

Vrijwilligers staan vroeg op, delen bidons uit, regelen verkeersstromen, wijzen routes aan en zorgen ervoor dat duizenden deelnemers veilig kunnen sporten. Organisaties besteden maanden aan de voorbereiding van een evenement dat vaak maar één dag duurt.

Natuurlijk gaat er weleens iets mis. Een verkeersregelaar maakt een fout. Een oversteekplaats blijkt niet ideaal. Een deelnemer verliest een minuut. Een bewoner moet omrijden.

Dat is vervelend. Niemand zal ontkennen dat een verkeerde aanwijzing of een afgesloten weg frustrerend kan zijn. Maar misschien is de belangrijkere vraag niet óf er weleens iets misgaat, maar hoe we daarop reageren.

Want als een vrijwilliger na een menselijke fout wordt uitgescholden, of wanneer discussies direct verharden, lijkt er iets te veranderen in de manier waarop we met elkaar omgaan.

Een beetje meer begrip

Natuurlijk wil iedereen het maximale uit zijn wedstrijd halen. Natuurlijk mag je balen als iets tegenzit. Maar uiteindelijk hebben we het over een hobby waar duizenden mensen vrijwillig hun tijd in steken, zodat anderen een mooie dag kunnen beleven.

Respect kost niets.

Niet voor de vrijwilliger die een keer de verkeerde kant op wijst.

Niet voor de bewoner die last heeft van een afgesloten weg.

En ook niet voor de atleet die ondanks een mindere dag toch probeert te genieten.

Misschien kunnen we daar, met z’n allen, af en toe weer even bij stilstaan. Want zonder vrijwilligers is er uiteindelijk helemaal geen wedstrijd om je druk over te maken.

Het bericht Nemen we onze sport soms iets te serieus? verscheen eerst op TRIKIPEDIA.