Athletic conditioning: motor, chassis en bedrading

Bert Flier schrijft voor Trikipedia over drie onderwerpen: Tussen de oren | Nerd talk | Met het mes tussen de tanden

En daar lag ik dan. Zes dagen per week, een half uur lang, core-oefeningen te doen. Ook in Potchefstroom, waar ik in januari 2002 met de Nederlandse selectie een maand op trainingsstage was. En soms he-le-maal geen zin had aan het eind van de dag nog dat half uur hoofd-schouders-knie-en-teen te doen – zoals ik die batterij oefeningen was gaan noemen.

Mijn onderrug en hamstring-bil vroegen om een periode van serieus optrainen om daar geen last meer van te hebben met het fietsen en lopen. Voorafgaand aan dat trainingskamp reisde ik wekelijks met het OV van Barendrecht naar de Galgenwaard, waar ik met een specialist mijn oefeningen deed.

‘Je hebt levenslang’, zei hij mij toen.

En inderdaad: 26 jaar later doe ik nog steeds trouw drie keer per week mijn core-routine. De periodes dat ik dat niet deed, keerden de klachten van toen steevast terug.

Die routine was jarenlang genoeg om mijn rug niet al te pijnlijk te laten zijn. Maar met het ouder worden had ik meer nodig dan mijn standaardsetje oefeningen.

Nu ik triathlon combineer met HYROX word ik geconfronteerd met allerhande beperkingen die er na decennialange duursport langzaam in zijn geslopen.

Heupen die muurvast zitten, waardoor ik nauwelijks dieper dan 90 graden kan squatten. Twee gluteus maximi die zo lui zijn dat ze  een schop onder hun hol nodig hebben. Een looptechniek die weliswaar efficiënt is, maar nog een stuk reactiever kan. En een nek en schouders die zo vast zitten dat achterom kijken op de fiets me jaloers maken op bejaarden die een achteruitkijkspiegeltje hebben gemonteerd.

Mijn motor doet het nog uitstekend.

Maar een sporter is meer dan een motor.

Er is ook een chassis dat sterk, belastbaar en beweeglijk genoeg moet zijn om al dat vermogen te verwerken. En vergeet de bedrading niet: de neuromusculaire aansturing die bepaalt hoe goed spieren samenwerken, hoe snel je kracht ontwikkelt, hoe reactief je loopt en hoe efficiënt je beweegt.

En precies daar komt athletic conditioning om de hoek kijken.

Niet als vierde triatlondiscipline. En ook niet als een verzameling leuke oefeningen die je op Instagram voorbij ziet komen. Maar als training van het hele systeem: motor, chassis én bedrading.

Ik deed het al, maar het afgelopen jaar een flink tandje serieuzer.

Mijn core- en rugroutine blijft de basis. Die integreer ik drie keer per week in Berts Bootcamp die ik in Utrecht geef. Die training moet ik toch geven, dus dat onderdeel is alvast getackeld.

Daarnaast ben ik mijn vastgeroeste heupen, maar ook mijn schouders, knieën en enkels aan het mobiliseren. Zeker drie keer per week.

Dat voelt een beetje als tandenpoetsen. Niet het spannendste onderdeel van de dag, maar wel iets waarvan je weet dat je er spijt van krijgt als je het structureel overslaat.

Vanwege HYROX ben ik ook weer de sportschool ingegaan. Krachttraining dus, maar niet alleen om sterker te worden. Ook om mijn lijf weer beter te leren bewegen. Kracht produceren vanuit een diepe squat. Mijn bilspieren weer hun functie leren uitvoeren. Explosiever afzetten. Beter afwikkelen.

Dat is niet alleen werken aan het chassis. Dat is ook de bedrading opnieuw prikkelen.

En ik moet zeggen: dat voelt heel goed.

Twee jaar geleden, toen ik me volledig focuste op het lopen van een snelle marathon, voelde ik achteraf gezien eigenlijk altijd wel ergens een pijntje. De motor was top, maar het chassis kraakte. En waarschijnlijk liet ik ook in de aansturing het nodige liggen.

Met mijn huidige routine begin ik me zelfs weer een beetje te voelen als een jongere atleet.

Niet omdat ik ineens weer twintig ben. Maar wel omdat bewegen weer makkelijker voelt. Dieper zitten. Beter strekken. Meer kracht leveren. Reactiever lopen.

Terug naar de triathlonwereld.

Daarin zie je steeds meer aandacht voor athletic conditioning. Al zijn er natuurlijk ook uitzonderingen. Ik herinner me bijvoorbeeld een interview van Rich Roll met Kristian Blummenfelt en Gustav Iden waarin zij vertelden opvallend weinig tijd aan dit soort aanvullende training te besteden. Met trainingsweken van rond de dertig uur moesten ze simpelweg keuzes maken.

Maar bij veel andere topatleten zie je het juist heel nadrukkelijk terug. Lionel Sanders en Sam Long besteden aandacht aan mobiliteit en krachttraining. En Jan Frodeno deed Cirque du Soleil-achtige stabiliteits- en krachtoefeningen. Hier zie je hem lunges doen op een slackline.

Nu hoef je natuurlijk niet meteen een slackline aan te schaffen.

Het doel is oefeningen te doen die passen bij jóuw zwakke schakels.

Bij de één zit het probleem in het chassis: beperkte mobiliteit, te weinig kracht of onvoldoende belastbaarheid. Bij de ander eerder in de bedrading: slechte coördinatie, weinig reactief vermogen of spieren die niet goed samenwerken. En soms moet je natuurlijk ook gewoon nog wat aan de motor sleutelen.

Bij mij zijn het vooral mijn heupmobiliteit, enkel- en kniefunctie, bilspieren, rompstabiliteit, nek en schouders én mijn reactieve loopvermogen.

Bij jou kan dat heel iets anders zijn.

Idealiter laat je je daarom eens goed bekijken door een goede sportarts, fysio of andere specialist.

Wat beweegt niet goed?
Wat is te zwak?
Waar compenseer je?
Welke spieren doen te weinig?
En welke paar oefeningen leveren voor jou het meeste op?

Want athletic conditioning is uiteindelijk niet het verzamelen van zoveel mogelijk oefeningen.

Het is zorgen dat je hele systeem blijft functioneren.

Een sterke motor is mooi.

Maar je komt verder met een chassis dat die kracht aankan en bedrading die ervoor zorgt dat al dat vermogen ook op het juiste moment op de juiste plek terechtkomt.

Zesentwintig jaar geleden kreeg ik te horen: ‘Je hebt levenslang.’

Hij had gelijk. En inmiddels kijk ik uit naar die trainingen. Omdat ze me uitdagen. En omdat ik merk dat ik, ook na al die jaren, nog steeds sterker, soepeler en vaardiger kan worden.

Het bericht Athletic conditioning: motor, chassis en bedrading verscheen eerst op TRIKIPEDIA.