
Ik ben in staat om in ronde vier van een cross-triathlon fout te fietsen. Om mijn badmuts te vergeten af te zetten in T1 van de stayerwedstrijd van Holten, terwijl ik juist voor een zo snel mogelijke wissel ging. En om de ingang van het parc fermé van triathlon Woerden te missen en vervolgens met fiets en al over een hek te moeten springen, zoals je hier kunt zien.
Bert Flier schrijft voor Trikipedia over drie onderwerpen: Tussen de oren | Nerd talk | Met het mes tussen de tanden

De conclusie: onder vermoeidheid ben ik cognitief niet op mijn best.
Ik noem dat voor het gemak mijn cognitieve reserve. Het vermogen om ook als het lijf moe wordt, met je hoofd bij de wedstrijd te blijven. Informatie blijven verwerken. Goede keuzes maken. Weten of je links of recht moet afslaan.
Ik heb vroeger de eer gehad tegen Rob Barel te mogen strijden. Hij is typisch iemand die hier heel goed in is. Denk ook aan Mathieu van der Poel en Max Verstappen. Atleten die onder maximale druk zien wat anderen niet meer zien.
Misschien herken je jezelf wel in mijn voorbeelden. En vraag je je af: kan ik dat trainen? Kun je voorkomen dat je onder vermoeidheid dommere dingen gaat doen?
Daar is de wetenschap nog niet helemaal over uit.
Ik heb zo mijn ideeën 
Want ik heb in de loop der jaren mijn cognitieve reserve best wel een beetje opgerekt.
Dat begon toen ik onder George Sieverding in Zeist ging zwemmen. We deden daar nog veel meer dan wrikken en scullen en goed leren zwemmen. Cognitief kregen we ook het nodige te verwerken.
Achteruit vlinderen.
Of een baantje wisselslag waarbij je elke cyclus met je armen van slag wisselt. Dat doe je ook met je benen, maar dan de wisselslag in omgekeerde volgorde.
Ik bouw nu expres een witregel in om je te laten verwerken wat ik zojuist schreef.
En dat moesten wij dus in het water uitvoeren.

Na de zwemtraining gingen we mountainbiken of lopen. Ook daarin waren standaard verrassingen ingebouwd. Een wisseltraining waarbij je helm en schoenen ergens in de bosjes hingen. Halverwege een mountainbike-wedstrijdje ineens het rondje andersom gaan rijden.
De Hogere Gedachte achter al die variaties was leren omgaan met onverwachte situaties. Niet alleen je lichaam trainen, maar ook je brein uitdagen telkens opnieuw een oplossing te vinden.
Waarnemen. Schakelen. Beslissen.
En dat terwijl de hartslag hoog was en de stopwatch gewoon doorliep terwijl iedereen zijn helm en schoenen probeerde terug te vinden.
Inmiddels ben ik 25 jaar ouder geworden. En doe ik naast triathlon ook HYROX.
Een van de overeenkomsten is dat je ook in HYROX onder grote fysieke stress bij de les moet blijven. En ook daar blijkt mijn cognitieve reserve nog steeds niet mijn sterkste punt.
In HYROX Rotterdam dit jaar liep ik na de row erg vier in plaats van drie rondjes. In plaats van een nieuw PR in 1u03 leverde me dat uiteindelijk een finishtijd van 1u05 op.
Ook omdat ik tijdens de burpees 30 seconden straftijd kreeg.
Terwijl ik daar zo hard op had getraind.
In mijn poging efficiënte sprongen te maken, schoof ik bij elke sprong een klein beetje naar voren. Alsof ik alvast aanlegde voor de volgende. Daar was ik me tijdens de race helemaal niet van bewust.
Dat zag ik pas later, op de videobeelden die mijn zusje had gemaakt.
En eigenlijk liet dat nog beter zien wat er gebeurt als ik moe word.
Ik ga niet alleen foutjes maken.
Ik herken ze op dat moment ook niet meer.
Na afloop kon ik erom lachen. Zoals ik dat ook deed toen ik mijn badmuts ophield in Holten en de ingang van het parc fermé miste in Woerden.
Het hoort blijkbaar een beetje bij mij.
En tegelijk probeer ik de volgende HYROX zonder penalty’s te racen.
Er blijft dus altijd wat te trainen.
Niet alleen aan mijn VO2max en kracht.
Ook aan mijn cognitieve vermogen om tijdens de race nog tot drie te kunnen tellen.
Het bericht Cognitieve reserve: wat er onder vermoeidheid gebeurt met je beslissend vermogen verscheen eerst op TRIKIPEDIA.
