Bert Flier schrijft voor Trikipedia over drie thema’s: Met het mes tussen de tanden | Nerd talk | Tussen de oren

“Keto is onzin.”
“Polarized training maakt je sneller.”
“Krachttraining is essentieel voor triatleten.”
Drie stellingen. Misschien herken je ze wel. Uit gesprekken in de kleedkamer, van een populaire podcast of uit een post van een sociale-media-goeroe.
Ik krijg de rillingen van dit soort absolute uitspraken. Niet omdat ze per se onwaar zijn, maar omdat ze one sits fits all pretenderen. Alsof dit recept voor iedereen werkt. Terwijl wat werkt vooral afhangt van wie jij bent. Hoe jij in elkaar zit. Hoe jij reageert.
Om dat te begrijpen, eerst een stukje uitleg over wetenschap en randomised controlled trials.
Randomised Controlled Trials
In de wetenschap wordt vaak gewerkt met Randomised Controlled Trials, RCT’s. Daarbij wordt een onderzoeksgroep willekeurig verdeeld in een interventiegroep en een controlegroep. De ene groep krijgt de interventie, de andere groep niet, of die groep krijgt een placebo. Na afloop vergelijk je de uitkomsten. Als het verschil statistisch significant is, geldt dat als sterk bewijs dat de interventie effect heeft.
Dat is waardevol. Maar zo’n studie kijkt vooral naar gemiddelden van groepen. Niet naar jou als individu.
En daar zit de crux.
Binnen zo’n groep reageert niet iedereen hetzelfde. Een kleine groep kan extreem goed reageren. Een grote middengroep laat misschien een bescheiden effect zien. En een kleine groep reageert juist slecht. Alles bij elkaar wordt dat samengeperst tot één gemiddelde uitkomst.
Maar niemand is het gemiddelde.

Als de gemiddelde Nederlander 1,84 meter is, betekent dat niet dat jij 1,84 bent. En zo bestaat er ook geen gemiddeld trainingsschema, gemiddeld herstelvermogen of gemiddelde voedingsstrategie. Het gemiddelde is een statistisch gegeven, geen mens van vlees en bloed.
Wat betekent dat voor triathlon?
Voor sommige sporters geeft HIIT-training een enorme VO2max-sprong. Ze vliegen vooruit, lopen PR’s en krijgen er als bonus een mentale kick bij. Voor anderen leidt precies diezelfde HIIT-training tot overbelasting, slechtere slaap, chronische vermoeidheid en een teruglopende aerobe basis.
Krachttraining kan de ene triatleet blessurevrij, sterker en efficiënter maken. Maar een ander houdt er zware benen aan over, herstelt slechter en verliest kwaliteit in de zwem-, fiets- en looptrainingen.
Een keto-dieet kan bij de één leiden tot meer mentale helderheid, stabielere energie en minder ontstekingsgevoeligheid. Terwijl de ander de hele dag honger heeft en de kracht uit zijn lijf voelt vloeien.
RCT’s zijn dus niet waardeloos. Integendeel. Ze beschermen ons tegen kwakzalverij, wensdenken en anekdotische onzin. Maar wanneer gemiddelden worden gebruikt om persoonlijke ervaringen van sporters weg te wuiven, gaat er iets mis.
“Dat is niet klinisch bewezen” is dan net iets te makkelijk.
Want RCT’s vertellen ons wat er gemiddeld gebeurt. Niet per definitie wat er met jou gebeurt.
Wetenschap zoekt naar wat meestal werkt. Sporters zoeken naar wat voor hén werkt.
Daarom geloof ik in zelfexperimentatie. Niet roekeloos. Niet willekeurig. Maar weloverwogen en doordacht.
Wil je weten of HIIT voor jou werkt? Of keto? Of krachttraining? Begin met een baseline. Verzamel data. Houd bij hoe je slaapt, hoe je traint, hoe je herstelt en hoe je je voelt. Probeer één nieuwe methode consequent uit, lang genoeg om iets zinnigs te kunnen zeggen. Test jezelf in kerntrainingen. Kijk eerlijk naar het resultaat.
En pas daarna bepaal je wat werkt.
Niet blind kopiëren wat werkt voor de profs, podcastgoeroes of de nieuwste studie. Maar ontdekken wat werkt voor jou.
Want uiteindelijk ben jij niet het gemiddelde. Jij bent jij en niemand anders.
________________________________
Wil jij uitvinden wat voor jou werkt? En wat juist niet? Stuur me gerust een mailtje via [email protected]
Het bericht De tirannie van het gemiddelde verscheen eerst op TRIKIPEDIA.
